DESIGN STUDIO-3D

Koos de Lijster

De grenzen
"Hoe ver mag je gaan?" Kan er op grond van Gods Woord meer gezegd worden dan dat geslachtsgemeenschap voor het huwelijk verboden is en dat je je zelf niet in verzoeking moet brengen? Ja. Weliswaar zijn de bijbelse gegevens hierover indirekt, maar dat betekent niet dat ze er niet zijn. Uit de manier waarop de bijbel spreekt over geslachtsgemeenschap, kunnen we enkele duidelijke conclusies trekken. Ik wijs op drie tekstgedeelten waaruit drie praktische regels kunnen worden afgeleid.

In de eerste plaats Lev. 18. In dit hoofdstuk worden allerlei ongeooloofde relaties genoemd, zoals bijvoorbeeld tussen een broer en een zus. De uitdrukking die in dit hoofdstuk telkens terug komt is het "ontdekken/ontbloten van de schaamte van". Dit is een uitdrukking waarmee in feite wordt bedoeld: geslachtsgemeenschap hebben met. Blijkbaar is er tussen het zien van iemands geslachtsdelen en het hebben van geslachtsgemeenschap een nauw verband. Het een leidt tot het ander, of op z'n minst tot de begeerte daartoe. Als het zien van elkaars geslachtsdelen volstrekt normaal en neutraal zou zijn, zou deze uitdrukking niet gebruikt zijn. We kunnen hieruit concluderen wat de grens is ten aanzien van het elkaar bekijken: niet uitkleden, jezelf niet naakt aan elkaar laten zien!

De tweede tekst is Ez. 23: 3, 8 en 21. In dit hoofdstuk beschuldigt God het volk Israël van ontrouw. Deze beschuldiging wordt geuit in de vorm van beeldspraak. Vs. 3: "In haar jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms betast." Vs. 21: "Alzo hebt gij weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd." Deze manier van lichamelijk contact wordt hier in verband gebracht met hoererij! Ik denk dat de grens die hierdoor wordt aangegeven duidelijk is: elkaars geslachtsdelen niet betasten, prikkelen, strelen o.i.d. Gewoon helemaal vanaf blijven!

De derde tekst is 1 Kor. 7:1. Daar gaat het over "een vrouw aanraken". Dit is een uitdrukking die eigenlijk betekent: "gemeenschap hebben met een vrouw". Sommige woorden in de bijbel worden gebruikt met verschillende intensiteiten, en dienovereenkomstig verschillende betekenissen. Een bekend voorbeeld is het woord "kennen". Dit kan de betekenis hebben van "weten", maar er kan ook een heel specifiek en intensief kennen mee bedoeld worden. In deze intensieve betekenis wordt het woord "kennen" gebruikt om de intieme relatie tussen een man en een vrouw aan te duiden, en ook de relatie tussen God en Zijn kinderen. Op vergelijkbare manier wordt hier het woord "aanraken" gebruikt. Dit betekent niet dat elke vorm van aanraking verkeerd is, maar wanneer dit aanraken op een specifieke en intensieve manier gebeurt, is er wel iets aan de hand. De grens die hierdoor wordt aangegeven is: wees matig en voorzichtig met elkaar aanraken!

Welke conclusie kunnen we uit deze teksten trekken? Ik wil het als volgt verwoorden: "Je mag niet veel verder gaan dan je met goed fatsoen in het bijzijn van anderen of in een openbare ruimte zou kunnen doen." Dat lijkt misschien een beetje spartaans, maar wie verder gaat, passeert de grenzen die Gods Woord aangeeft en maakt het voor zichzelf (en de ander) steeds moeilijker om te stoppen. Het gevaar is dat men de uiterste grens van geslachtsgemeenschap wel in acht wil nemen, maar dat men, om het gebrek aan geslachtsgemeenschap te compenseren, tot het maximale gaat in het elkaar aanraken, e.d. Dit is een grote valkuil waar vele stelletjes in terecht komen. Echter, juist als je het moeilijk hebt met het feit dat je nog geen seksueel contact mag hebben met elkaar, moet je strakke grenzen hanteren. Dit is echt de enige begaanbare weg.

Dit wordt in de bijbel ook nog op een andere manier aangegeven. Het is niet alleen verstandig om niet veel verder te gaan dan je met goed fatsoen in het bijzijn van anderen zou kunnen doen; het is zelfs onverstandig om lang samen te zijn, zonder de aanwezigheid van anderen. De Amerikaanse zendingswerker Paul David Washer heeft dit als volgt verwoord: "In Ef. 6:10-12 wordt je bevolen om de duivel te weerstaan. In Jak. 4:7 wordt je de belofte gegeven dat, als je hem weerstaat, hij van je weg zal vluchten. Toch, in 2 Tim. 2:22 (vgl. 1 Kor. 6:18) wordt je bevolen om de begeerten (lusten) van de jeugd te ontvluchten. Het is nogal verbazingwekkend dat je wordt bevolen om sterk te zijn, je positie in te nemen, en te vechten tegen gevallen engelen, terwijl je tegelijkertijd wordt bevolen om met vrees weg te vluchten van de begeerten van de jeugd. Dit laat zien dat de jeugdige begeerten van je vlees en de ongebreidelde zinnelijkheid van onze cultuur gevaarlijker zijn dan een gevecht van man tegen man met de duivel.
Ik heb talloze christenen gekend die tekenen vertoonden van echte bekering, en toch, toen ze een relatie aangingen met iemand van het andere geslacht, vervielen ze tot immoraliteit. Ik weet dat ze bijbelgedeelten uit hun hoofd leerden, baden en zelfs vastten om rein te zijn in hun relatie en toch vielen ze. Waarom? Omdat ze niet begrepen dat alle geestelijke oefeningen uit de Schrift hen niet konden bewaren voor hun jeugdige begeerten. Ze probeerden om oorlog te voeren terwijl God hen gebood om te vluchten. Kortom, het is onmogelijk om in een relatie met iemand van het andere geslacht, gedurende langere tijd alleen te zijn, zonder te vallen. Daarom moet je nooit samen alleen zijn in een huis, auto of een andere plaats waar de begeerte kan ontbranden en het zeker is dat je faalt." (Uit: A word to the young. HeartCry Missionary Society, February/March 2006.)

Ik wil dit nog iets verder uitwerken. Op grond van Gods Woord kunnen dus bepaalde grenzen concreet worden aangegeven. Maar er zijn ook inhoudelijk goede redenen voor deze grenzen. Het gaat om meer dan het wel of niet op tijd kunnen stoppen.

Om een goede relatie te kunnen opbouwen, zijn verschillende voorwaarden nodig, bijvoorbeeld dat je je veilig voelt bij elkaar. Een andere belangrijke voorwaarde is dat je onafhankelijk bent van elkaar. Dat klinkt misschien vreemd. Moet je je niet juist afhankelijk gaan voelen van elkaar? Dat is maar ten dele waar. Een liefdesrelatie moet namelijk vrijwillig zijn -en vrijwillig blijven- in principe tot aan de huwelijksdag toe. Op het moment dat er een bepaalde afhankelijkheid in een relatie insluipt, een bepaalde gebondenheid aan elkaar, gaat het de verkeerde kant uit. Deze gebondenheid kan verschillende vormen aannemen. Ook als er geen gemeenschap heeft plaatsgevonden, maar het contact wel te intiem is geweest, wordt zo'n gebondenheid aan elkaar vaak ervaren.

Deze afhankelijkheid van elkaar is funest voor een eerlijke beoordeling van de vraag of je de relatie kunt en wilt voortzetten en met elkaar wilt trouwen. Want je krijgt het gevoel dat je wel moet. Je gevoel of je geweten zegt dat je eigenlijk niet terug kunt. En daarom duw je de vraag of je nu wel echt verder wilt met elkaar maar naar de achtergrond. Zelfs als je echt bij elkaar past en van elkaar houdt, kan deze verstoring in het proces om dit samen te ontdekken voor de nodige problemen zorgen, ook achteraf.

Zorg daarom dat je onafhankelijk blijft van elkaar. Dat geldt ook op andere terreinen. Ga elkaar bijvoorbeeld niet financieel ondersteunen. Dit gebeurt nogal eens in een lange verkering, als de ene bijvoorbeeld al werkt en de ander nog studeert. Betrek de ander ook niet te snel in eventuele psycho-sociale problemen zodat de ander het gevoel krijgt dat het onverantwoord zou zijn om de relatie ooit te verbreken. En vooral: wees terughoudend in het lichamelijke contact met elkaar. Zorg ervoor dat je de relatie alleen voortzet uit liefde en geestelijke verbondenheid, zonder dat dit vertroebeld wordt door het gevoel dat je wel moet omdat je te ver bent gegaan en daarom eigenlijk niet meer terug kunt.

Dat betekent natuurlijk niet dat je tot het andere uiterste moet gaan en zo koeltjes mogelijk moet zijn. Het Hooglied laat ons zien dat ook het verlangen naar elkaars lichaam een plaats mag hebben. Dat mag niet alleen, maar in een goede relatie moet dat zelfs. Maar bedenk dan wel dat het Hooglied niet gaat over een stel dat nog een jarenlange verkering voor de boeg heeft, maar over een situatie vlak voor het huwelijk. Je moet het Hooglied niet opvatten als voorbeeld van het soort bespiegelingen en fantasieën, laat staan onderlinge gesprekken, waaraan je je vanaf het begin van een verkering helemaal mag overgeven.

De bewaking
De vraag rijst of dit allemaal niet erg veel vraagt van onze jongeren. Is dat wel realistisch? We zijn immers zondige en zwakke mensen? Zulke strakke regels getuigen niet van een erg pastorale benadering! Ik wil hier twee antwoorden op geven.

Het eerste antwoord is dat de Heere dit eenvoudig van ons vraagt; Gods wet eist van ons dat we heilig voor Hem zullen zijn. Eenmaal zullen we allen op grond van die wet geoordeeld worden. Het is onmogelijk om de Heere te vrezen (let op dat woord "vrezen") en tegelijk Gods Woord en wet te relativeren. Het is waar dat wie zonder zonde is, de eerste steen maar moet werpen. En wie gaat dan vrijuit? Maar het is ook waar dat we zelfs de minste van Gods geboden niet mogen ontbinden en de mensen dienovereenkomstig mogen leren (Matt. 5:19).

Eén van de eerste dingen die de Heere Jezus bij het begin van Zijn openbare bediening deed, was het herstellen van de wet. De wet die door 'pastorale' Farizeeën van zijn scherpe kantjes was ontdaan en gekleed in het gewaad van menselijke regeltjes en tradities, zodat een zondaar met enige inspanning kon opklimmen tot de status van een braaf mens. Nee, zegt de Heere Jezus, zelfs hij die een vrouw aanziet om haar te begeren, is schuldig, want hij heeft in zijn hart al overspel met haar gedaan. Er is geen andere weg om de noodzakelijkheid en rijkdom van Christus te leren verstaan dan deze: dat we ons schuldig leren kennen voor Gods aangezicht. Deze sleutel der kennis (Luk. 11:52) mogen we niet verstoppen of laten roesten. De twee stukken van de ware godsdienst, de kennis van onszelf en de kennis van God, kunnen alleen door de wet ontsloten worden. De wet des Heeren is volmaakt, bekerende de ziel (Ps. 19:8); maar de wet heeft geen ding volmaakt, maar is de aanleding van een betere hoop door welke wij tot God naderen (Hebr. 7:19).

Dat is wat jongeren (en ouderen) allereerst nodig hebben: gesteld te worden voor Gods aangezicht. Hoeveel zondige en verdrietige situaties zouden voorkomen kunnen worden als dit besef meer en dieper leefde?! En hoeveel gemakkelijker zouden jongeren tot Christus geleid kunnen worden als op deze wijze een ongegrond zelfvertrouwen, eigengerechtigheid en apatische gerustheid zouden worden weggenomen! Uiteindelijk is in Hem alleen de kracht te vinden die wij nodig hebben om staande te blijven, ja met vreugde de weg te gaan die Hij ons wijst.

Maar nu het tweede antwoord. Het is mijn stellige overtuiging dat de problemen waarmee onze jongeren geconfronteerd worden voor een groot deel de vruchten zijn van het geestelijke klimaat dat door hun ouders en grootouders is gevormd. Dit bedoel ik zowel persoonlijk als gemeenschappelijk. We kunnen wel met de beschuldigende vinger naar de maatschappij en naar onze moderne cultuur wijzen, maar daarmee zijn we er niet. De kerk van Christus heeft altijd in een godevijandige wereld geleefd. Maar wat heeft die kerk nu te bieden? Waar is haar vitaliteit? Is de kaars soms onder een korenmaat gezet waar hij langzaam uitdooft?

Hoeveel ouders durven nauwelijks met hun kinderen over deze onderwerpen te spreken? En als er iets over gezegd wordt, is dat dan een eerlijk en open gesprek? Wanneer stelletjes zich langdurig op hun slaapkamer kunnen terugtrekken, soms met de deur op slot, zijn we dan als ouders niet bezig om hun bedje te spreiden? Misschien loopt moeders beneden met hoofdpijn rond en verbergt vader zich zuchtend achter zijn krant, maar het uiten van deze zorg komt niet verder dan een onderzoekende blik of een algemene opmerking. Dat is echt te weinig!

Het is een vorm van doorgeschoten individualisme om te denken dat onze kinderen nu eenmaal zeventien of twintig of drieëntwintig jaar zijn en dus zelfstandig en volwassen en zelf verantwoordelijk voor deze dingen. Natuurlijk zijn ze zelf verantwoordelijk. Maar het dragen van deze verantwoordelijkheid is iets waarbij enige hulp van buitenaf niet alleen welkom, maar zelfs noodzakelijk is.

Beseffen ouders wel wat een geweldig voordeel de satan over hun kinderen kan behalen door de lusten van het vlees? Hoe gemakkelijk laten we onze kinderen hun gang gaan waardoor ze verstrikt raken in een droomwereld van seksuele gevoelens die onbeheersbaar worden! Hoe wordt hun geweten daardoor keer op keer gewond en tenslotte bijna gedood - totdat de droom een nachtmerrie wordt!

Seksualiteit is als vuur. Zonder vuur zou ons leven koud en kil en donker zijn. Vuur zorgt voor warmte en licht, het is bijna onmisbaar. Maar vuur moet wel goed bewaakt worden. Als het de kans krijgt, grijpt het om zich heen en steekt het alles in brand. Dan blijkt het een onbeheersbare en verwoestende kracht te zijn. Zo kan het helaas ook gaan met seksuele gevoelens.

Het is geen wonder dat de lokroep van de Zaligmaker dan niet meer doordringt. Het schuldige geweten doet als Adam en Eva in de hof en verbergt zich voor God. Het is de roeping van ouders om hen op te zoeken, hen te vragen waar ze zijn, de betovering van de lusten te doorbreken en deuren te openen zodat het licht de duisternis verdrijft.

Een hele normale openheid over deze zaken, een regelmatig terugkerend gesprek waarin men op de man of vrouw af vraagt hoe het gaat en of men de bijbelse grenzen wel in acht neemt, kan al zoveel helpen! Breng uw zorgen en verlegenheid voor Gods aangezicht - maar stel ook uw kinderen zelf voor Gods aangezicht, in gebeden èn in gesprekken!
Vindt u dit moeilijk? Print dit artikel uit, laat het uw kinderen lezen en vraag hen wat ze vinden dat u eigenlijk zou moeten doen en hoe ze daar tegenover staan en waarom. (En natuurlijk kunnen jongeren het ook aan hun ouders geven.) Er is een goede kans dat u blij verrast bent door hun antwoord - of misschien wel beschaamd. Maar zo niet, dan is er in elk geval een opening om hierover met ze in gesprek te gaan. Laat het er niet bij zitten, begin het gesprek vandaag nog en God zal het zegenen.

 

Nieuws

Top