Wil fulltime opleiden door middel van discipelschaps- en missietraining om actief te maken in de Grote Opdracht.

Interesse in een tweejarige zaterdagopleiding vol geestelijke en praktische vorming? Meld je aan.

Draagt bij aan godvrezende relaties, huwelijken en singles door onderwijs en toerusting te bieden.

Versterkt en bemoedigt geestelijk leiders door middel van ontmoeting en toerusting.

Over der redding van kinderen

George Zeller

1. De vraag die we voor ons hebben is deze: Als een kind zou sterven in zijn kindsheid, zal hij dan naar de hemel gaan?

Noot: een gelijkaardige vraag gaat over zwaar mentaal gehandicapten, alhoewel zij ouder kunnen zijn. Zij hebben niet de mentale capaciteiten om te geloven in de Heer Jezus Christus en hun vertrouwen in Hem te leggen. Wat we leren over kleine kinderen kan ook toegepast worden op situaties waar mensen zwaar mentaal gehandicapt zijn.

2. Bij de bespreking van kinderredding, moeten we erg duidelijk maken dat wij niet zeggen dat (levende) baby’s per definitie gered zijn. Een kleine baby, zo leuk en onschuldig hij ook lijkt, is positioneel niet gered, niet wedergeboren, niet gerechtvaardigd en geen kind van God. Baby’s worden geboren in zonde en zijn dood in de zonde (lees Psalm 51:7; Efeziërs 2:1).[1] Wanneer zij ouder worden zal hun verdorven zondige natuur zich vanzelf manifesteren, op allerlei lelijke manieren. De vraag die wij zoeken te beantwoorden is wat er gebeurt wanneer een klein kind sterft.

3. De kwestie die we hier behandelen is niet of baby’s bij de Opname met Christus meegenomen worden. Dat is een geheel ander onderwerp dat we besproken hebben in volgend document: Some Questions on the Rapture. Sommigen zijn ervan overtuigd dat alle baby’s naar de hemel gaan wanneer zij sterven omdat alle baby’s bij de Opname meegenomen worden. Dit is een verkeerde veronderstelling, zoals bovengenoemd artikel aantoont.

4. Er bestaan een aantal valse leringen over de geestelijke staat van kleine kinderen. Wij verwerpen het idee dat de kinderdoop genade verleent aan een baby. Dit doet absoluut niets voor het kind. Bovendien is de kinderdoop geheel onschriftuurlijk. In het Nieuwe Testament worden enkel gelovigen gedoopt, omdat een baby niet in staat is om te geloven tot redding. En in tegenstelling tot wat gereformeerde theologen leren, zijn baby’s niet wedergeboren (zie: Reformed View of Regeneration Answered). Sommigen gaan zelfs zover dat ze zeggen dat een baby als klein kind kan wedergeboren worden en toch niet tot Christus kan komen dan jaren later. Dit is bijbelse absurditeit. Geloof en wedergeboorte gaan samen op hetzelfde tijdstip. Het is ook verkeerd een connectie te maken tussen mannelijke besnijdenis van het Oude Testament en kinderdoop. Deze besnijdenis was een teken van het Abrahamitisch verbond. Christelijke doop (voor hen die redding voldoende verstaan) is een verordening van Jezus’ kerk. Zij die in water gedoopt worden moeten gelovigen zijn in de Heer Jezus Christus (Handelingen 8:36-38). Kinderdoop is een religieus ritueel dat in veel kerken wordt toegepast vandaag, maar in de Schrift is er niet één voorbeeld van een baby die gedoopt werd.[2]

5. Gaan baby’s naar de hemel als zij sterven? Het ultieme antwoord op deze vraag wordt gevonden in het antwoord op een andere vraag: “Zou de Rechter van de hele aarde geen recht doen?” (Genesis 18:25). Voor het kleine kind dat sterft zal God alle recht doen. De alwijze, liefdevolle God zal doen wat juist is, in het licht van Zijn heilige en rechtvaardige karakter. Mochten we toch leren te rusten op dit wonderlijke feit!

6. Alhoewel de Bijbel niet specifiek verklaart dat kleine kinderen als ze sterven naar de hemel zullen gaan, is er een hoeveelheid bijbels bewijs dat toch in die richting wijst. Wij kunnen veiligheidshalve zeggen dat kleine kinderen die sterven veilig in de armen van Jezus zullen zijn en dat zij de eeuwigheid met Hem in de Hemel zullen doorbrengen.

Sommige redenen hiervoor zijn de volgende:

1. De Heer Jezus Christus stierf voor allen van Adams ras (voor alle mensen), inbegrepen elk kind dat ooit geboren werd. Zie de volgende studie: For Whom Did Christ Die?

2. Een persoon wordt veroordeeld voor het afwijzen van Jezus Christus en voor zijn weigering in Hem te geloven: “Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God” (Johannes 3:18). Een klein kind is niet in staat Jezus Christus af te wijzen. Een klein kind kan niet de zonde begaan die genoemd wordt in Johannes 16:9: “… zonde, omdat zij niet in Mij geloven”.

3. Zij die in 2 Thessalonicenzen 1:8-9 naar de hel gaan zijn dezen die moedwillig het evangelie ongehoorzaam waren door te weigeren te geloven in de Heer Jezus Christus. Kinderen hebben het evangelie niet moedwillig afgewezen.

4. Openbaring 20:11-15 geeft aan dat alle ongeredden zullen opstaan om voor de Grote Witte Troon te verschijnen, en twee keer wordt gezegd dat ieder zal geoordeeld worden naar hun werken. Het is erg twijfelachtig dat jonge kinderen bij deze evaluatie inbegrepen zijn. Welke te beoordelen boze werken heeft een 6 maanden oude baby dan begaan?

5. Beschouw het meelevende hart van God voor hen die verloren zijn: “Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen” (1 Timotheüs 2:4). Hij “wil niet dat enigen ver­loren gaan” (2 Petrus 3:9). “Zo is het ook niet de wil van uw Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren gaat” (Mattheüs 18:14). “Zeg tegen hen: Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft!” (Ezechiël 33:11). Alhoewel deze verzen niet specifiek verwijzen naar kleine kinderen, leren ze ons toch dat het liefdevolle en genadige hart van God de redding van alle mensen begeert.

6. Wij weten dat de Heer Jezus een teder en meelevend hart had voor kleine kinderen, en het stoorde Hem erg dat Zijn discipelen dezen verhinderden om tot Hem te komen (Markus 10:13-14). We zijn er zeker van dat onze Redder hetzelfde medeleven bezit voor baby’s als voor kinderen.

7. Koning David had een kind bij Bathseba dat stierf in zijn kindsheid. Davids woorden waren opmerkelijk: “Hij zei: Toen het kind nog leefde, heb ik gevast en gehuild, want ik zei: Wie weet, is de HEERE mij genadig, zodat het kind in leven blijft. Maar nu is het dood; waarom zou ik nu vasten? Zal ik hem nog terug kunnen halen? Ik zal wel naar hem toe gaan, maar hij zal niet bij mij terugkomen” (2 Samuël 12:22-23). Deze passage laat blijken dat David met het kind zal verenigd worden in het hiernamaals. Alhoewel we niet dogmatisch kunnen zeggen dat zulke passages kinderredding leren, lijken ze toch in die richting te wijzen.[3]

De leeftijd van verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

Er is één sleutelvraag die elk persoon moet beantwoorden: “Wat zal ik dan doen met Jezus, Die Christus genoemd wordt?” (Mattheüs 27:22). Zal ik Hem ontvangen als mijn Redder of zal ik Hem afwijzen? God verdeelt de hele mensheid in twee groepen: 1) gelovigen, en 2) ongelovigen. “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem” (Johannes 3:36). Iemands beslissing zal zijn eeuwige bestemming bepalen. Wat wij beslissen te doen met Jezus zal het verschil maken tussen hemel en hel.

We erkennen allemaal dat een jong kind niet in staat is te geloven. Een baby begrijpt het evangelie niet, noch heeft hij een idee wie of wat Jezus Christus heeft gedaan. Zij zijn ook niet in staat Jezus Christus af te wijzen. En onthoud dat mensen veroordeeld worden op hun afwijzing van Jezus Christus: “Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God” (Johannes 3:18).

De leeftijd van aansprakelijkheid is een uitdrukking die niet gevonden wordt in de Bijbel. Maar het idee van persoonlijke aansprakelijkheid voor God is zeker bijbels. God houdt een persoon niet verantwoordelijk voor iets dat hij niet kan doen. Zij die niet in staat zijn te geloven worden niet veroordeeld voor wat zij niet kunnen doen. Maar, als een kind opgroeit, bereikt hij ergens het punt waar hij kan begrijpen, beslissen en reageren op wat voor openbaring God ook hem heeft gegeven.

Ik ben dankbaar dat het evangelie van Christus zo eenvoudig is dat zelfs een jong kind het kan begrijpen. Je moet geen universitaire graad hebben om de liefde van Christus, Zijn dood voor zondaars en het evangelie van genade te begrijpen. Sommigen, mijn vrouw inbegrepen, kunnen getuigen dat zij Christus op erg jonge leeftijd geloofden en aannamen.

Wat is dan de leeftijd van aansprakelijkheid? Wanneer is een persoon in staat te geloven? Wanneer bereikt een persoon de leeftijd dat hij in staat is Gods openbaring te begrijpen en hij aansprakelijk is voor God en voor wat hij doet met de waarheid?

God alleen kent het antwoord. Het is fout een leeftijd te bepalen voor elk persoon, zoals “De leeftijd van aansprakelijkheid wordt bereikt wanneer een mens X jaar wordt”. Dit is niet correct. Elke persoon is uniek en heeft unieke mentale capaciteiten, en God alleen weet wanneer een individu oud genoeg is om Christus af te wijzen of Hem aan te nemen. Er zijn mensen die ernstig mentaal gehandicapt zijn en anderen die in een vegetatieve toestand leven en die nooit de leeftijd bereiken van aansprakelijkheid. Dit alles zijn Gods zaken, niet de onze. Je kan er zeker van zijn dat God Zijn deel doet, en met betrekking tot elk individu in de wereld weten we dat de “Rechter van de hele aarde recht zal doen” (Genesis 18:25). Wat is onze taak? Als ouders moeten we onze kinderen onderwijzen over de Verlosser vanaf hun vroegste dagen, en hen Gods waarheden schenken van zodra zij ze kunnen begrijpen, in het vertrouwen dat God het nodige werk zal doen in hun harten, op Zijn tijd en manier, zoals enkel Hij dat kan doen.

Wat is de leeftijd van aansprakelijkheid? Ik weet het niet, maar ik geef les op een zondagsschool (aan de 4de , 5de en 6de klassers) en ik kan zeggen dat elke jongen en meisje in die zondagsschool een scherpe geest heeft, in staat is te geloven, het evangelie heeft gehoord, en er zeker van moet worden werkelijk Christus te hebben ontvangen als hun Redder. Hoe tragisch wanneer iemand van hen zou sterven zonder Christus. Kinderevangelisme is cruciaal belangrijk, want zelfs jonge mensen die weigeren in Christus te geloven zullen verloren gaan (vergelijk Johannes 3:16) als de dood hen zou treffen in de dagen van hun jeugd.

Ik heb geen probleem met te zeggen dat kleine kinderen die vroegtijdig sterven veilig zijn in de armen van Jezus. Maar aan jonge kinderen moet zo vroeg als mogelijk de waarheid onderwezen worden, en zij moeten voor redding de noodzaak inzien van vertrouwen op Christus en Hem alleen

Over het belang van het communiceren van Gods waarheid aan onze generaties kinderen, zie Psalm 78:1-8.

[1] Terloops: sommige christenen halen voor de redding van hun kinderen 1 Kor. 7:14 aan, maar deze Schriftplaats zegt niets over redding. Wel over heiliging, d.w.z. een reine gemeenschap voor God. Dat kinderen gered zijn voordat ze een eigen verantwoordelijke beslissing kunnen maken, en zij daar dus ook de leeftijd voor hebben, is naar mijn mening uit de Schrift af te leiden. Hiervoor mogen we echter niet die tekst gebruiken die spreekt over het “geheiligd” zijn van kinderen, wat zo dikwijls foutief gebeurt. Zie Fijnvandraat: http://www.verhoevenmarc.be/PDF/dopen.pdf, blz. 60. Wel goed toe te passen Schriftplaatsen zijn Matt 18:1-5 en Deut. 1:39. Wellicht zijn er nog meer teksten die de kinderen als schuldeloos stellen, althans naar Gods genade, niet naar adamitische maatstaf want ook kinderen hebben de erfzonde in zich. Men hoeft zich geen zorgen te maken. Vertrouw de Heer dat Hij rechtvaardig is én goed (à Gen. 18:25).

[2] Zie over de “doop van babies” dit artikel: http://www.jaapfijnvandraat.nl/index.php?page=artikel&id=748.

[3] SV kantt. 37 - 2 Sm 12:23: “hem gaan: Te weten, tot het kind, naar het lichaam in het graf, naar de ziel in den hemel”. Zie ook à De Heer zei: “En ook uw kleine kinderen, waarvan u zei: Zij zullen de vijand tot buit worden, en uw kinderen die heden nog geen goed of kwaad kennen, die zullen erin komen. Aan hen zal Ik het geven en zij zullen het in bezit nemen” (Deut. 1:39). En ook à “En Jezus riep een kind bij Zich en zette dat in hun midden. En Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen” (Matt. 18:1-5).

Terug naar overzicht