Wil fulltime opleiden door middel van discipelschaps- en missietraining om actief te maken in de Grote Opdracht.

Interesse in een tweejarige zaterdagopleiding vol geestelijke en praktische vorming? Meld je aan.

Draagt bij aan godvrezende relaties, huwelijken en singles door onderwijs en toerusting te bieden.

Versterkt en bemoedigt geestelijk leiders door middel van ontmoeting en toerusting.

Leiding bij verkering en huwelijk

Leiding bij verkering en huwelijk

Peter Masters

Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot één vlees wezen. Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente (Efeze 5: 31-32)

Het wekt geen verbazing dat er meer vragen over Gods leiding bij het huwelijk worden gesteld dan over andere zaken. Veel jonge gelovigen willen tenslotte graag trouwen, en een huwelijk sluit je voor je leven. Ze zoeken ook de leiding van de Heere bij het vinden van werk, maar op dat gebied lijkt leiding gemakkelijker te liggen: elke ‘misstap’ kan in ieder geval weer worden overgedaan.

Het beste uitgangspunt in elke leidraad over het huwelijk is liefde. Het kan vreemd klinken, maar soms komen jonge gelovigen op het idee dat liefde geen wezenlijk kenmerk van het huwelijk is. Dit zou een reactie kunnen zijn op wereldse denkbeelden. Misschien zijn ze heel verliefd op iemand, maar de ander deelt deze gevoelens niet. Ze kunnen dan proberen de ander over te halen door te stellen dat liefde helemaal niet zo belangrijk is, en dat het met de jaren allemaal wel goed komt. Dat is zonder twijfel mogelijk. Mensen kunnen eerst trouwen, en daarna steeds meer van elkaar gaan houden, net zo goed als liefde weg kan ebben en weer op kan bloeien. Dat neemt niet weg dat de bedoeling en grondslag van het christelijke huwelijk volgens Efeze 5 liefde is. Als we de raad van de Heere opvolgen, zullen we geen verdere stappen ondernemen zonder sterke wederzijdse liefde. Maar wat voor soort liefde is dat dan?

Wat voor soort liefde?

Veel mensen hebben tegenwoordig een gebrekkig begrip van echte huwelijksliefde. We zijn danig beïnvloed door wereldse ideeën over romantiek en huwelijk. De jeugd van tegenwoordig kent alleen maar één kant van de liefde: de lichamelijke kant. Bijna alles wat via de media en alle andere soorten van vermaak tot ons komt, is op dit aspect gericht. Lichamelijke liefde, op zichzelf bezien, is het natuurlijke verlangen naar sociaal contact en een gezin, samen met waardering voor het uiterlijk van de een man of vrouw. (Deze definitie laat lichamelijke liefde die ontaard is tot lust voor pornografie en geslachtsgemeenschap buiten beschouwing).

We willen in geen geval denigrerend spreken over lichamelijke schoonheid en de waardering hiervan en het verlangen hiernaar, als het niet bedorven wordt door wellust. Wederzijdse aantrekkingskracht op lichamelijk gebied is volkomen natuurlijk en gezond. Het is echt een gave van God, als die maar niet bezoedeld wordt door wellust. Echter, als we over liefde spreken waarbij de Heere wellicht twee mensen gaat samenvoegen, moeten we aan een heel ander niveau van wederzijdse eenheid denken. Dat niveau steekt ver uit boven het verlangen naar lichamelijk samenzijn of genieten van het lichamelijke. Als we om leiding verlegen zijn, is dit andere niveau van liefde echt belangrijk. De eenvoudigste en nog altijd meest volledige manier om het te omschrijven is: duurzame, innige vriendschap.

Is er sprake van een groeiende waardering van de persoonlijkheid van de ander, van zijn of haar karakter en manier van doen? Is er een oprechte bereidheid tot luisteren, delen, vertrouwen en helpen?

Is er sprake van een bijzondere, speciale openheid die terechtwijzing accepteert en die verantwoordelijkheid wil nemen voor de ander? Is er een verlangen samen de Heere te dienen? Is er wederzijdse inspiratie, is er wederzijdse trouw? Zijn er de juiste ingrediënten om de ander te omschrijven als je beste en meest vertrouwelijke vaste vriend of vriendin op aarde?

Dat niveau van vriendschap is van wezenlijk belang als we ten aanzien van verkering en huwelijk geleid willen worden, en wel om de volgende redenen: de apostel Paulus laat in Efeze 5 zien dat de liefde tussen man en vrouw overeenkomstig is met de liefde tussen Christus en de Kerk. Wat voor soort liefde heeft Christus voor de Kerk? Wat heeft Hij voor de Kerk gedaan? Hij had de Kerk, de verlosten, lief en gaf Zichzelf voor haar over. Hij kwam om voor Zijn volk te sterven, om hen voor alle eeuwigheid te redden en te bevrijden. En wij hebben Hem lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad, en we vertrouwen ons leven gewillig aan Hem toe.

Op dezelfde manier moeten we bij een huwelijk zo’n diep gevoel van vriendschap en genegenheid kennen dat we bereid zijn onze onafhankelijkheid ‘op te offeren’, en ons voor ons leven aan de ander te verbinden. De liefde die we voelen moet meer zijn dan alleen lichamelijke aantrekkingskracht. Hoewel God die ook geeft, is het tot op zekere hoogte bevrediging van het eigen ik. ‘Vriendschapsliefde’ is veel meer naar buiten gericht. Het ligt veel dichter bij de prachtige definitie van liefde die 1 Korinthe 13 geeft. Die liefde is lankmoedig en goedertieren. Zij is niet afgunstig, zij zoekt zichzelf niet, zij is niet ijdel, zij handelt niet ongeschikt, ze is niet egoïstisch. Zij is niet lichtgeraakt, wordt niet direct heel boos, en ze onthoudt alle beledigingen niet. Ze liegt niet en smeedt geen boze plannen, maar ze verblijdt zich in openheid en waarheid. Ze verdraagt ook alle beproevingen, is vol vertrouwen, en ziet uit naar de overwinning. Uiteindelijk is ze zo ongeveinsd en zo sterk, dat ze nooit verjaagd wordt of zal ophouden te bestaan.

Lichamelijke aantrekkingskracht alléén kan nooit de heerlijke woorden van 1 Korinthe 13 gestalte geven. In haar best en in puurste vorm is zij meer een nuttig goed dan een kracht, meer een ervaring dan een deugd. Zij komt en gaat, en zij kan zich zelfs door eenzelfde aantrekkingskracht verplaatsten naar een ander. Om veilig te zijn is die andere vorm van liefde als anker nodig, namelijk ‘vriendschapsliefde’.

We willen de relatieve zwakheid van lichamelijke aantrekkingskracht niet overdrijven, want het kan obsessieve vormen aannemen, waardoor een intense betrokkenheid op, en loyaliteit voor de ander ontstaat. Maar vriendschap is zonder twijfel het beste cement en de hoogste uiting van het huwelijk. De Heere heeft beide vormen van liefde bedoeld. Maar alleen vriendschap brengt alle kwaliteiten van 1 Korinthe 13 voort.

Alleen ‘vriendschapsliefde’ geeft onderlinge eenheid en aanpassing, zo vaak genoemd in relatie tot het huwelijk. Alleen vriendschapsliefde vervult de woorden van Paulus in Efeze 5, als hij Genesis 2: 24 aanhaalt. “Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn”. Geweldig, hoe hier eenheid en goede verstandhouding beschreven worden! Het is belangrijk hierover vragen te stellen als we leiding willen. Is er door ware vriendschap onderlinge eenheid en aanpassing mogelijk? Kunnen we echt met elkaar te communiceren? Of wordt de verkeringstijd ontsierd door voortdurende onenigheid, problemen, onaangename verrassingen en teleurstellingen? Is het erg moeilijk de problemen en moeilijkheden tot een oplossing te brengen?

Is er sprake van lange, geladen stiltes, gepaard met wederzijdse boosheid, en strijd om wie het voor het zeggen heeft?

Als dat zo is, is er voor het stel nog een lange weg te gaan, eer het aan een huwelijk toe is. Zijn er buitensporige verschillen in smaak en verlangens, vooral op gebieden die zo belangrijk zijn, dat die niet zullen worden opgegeven? Als dat zo is, hoe kunnen we dan in slagen ‘één vlees’ te zijn?

Bedenk dat de relatie tussen Christus en de kerk vergelijkbaar is met de relatie tussen man en vrouw. Wanneer we tot Christus komen, zijn we veranderd om Hem te behagen en we veranderen ons leven. Heeft een paar dat soort liefde van God gekregen die hen verandert om te groeien in eensgezindheid? Liefde die hen naar elkaar toe brengt in het streven naar dezelfde kleine en grote doelen, die hen over dezelfde dingen blij laat zijn? Als dat gebeurt, kan dat heel positief werken. Zo niet, dat is het niet waarschijnlijk dat God een huwelijk bedoelt. Het heilzame principe hierachter wordt door de Heere geuit bij monde van Amos: “Zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn?”

De hele levensreis lang zal het echtpaar proberen hun wederzijdse band en eensgezindheid van het ‘één vlees zijn’ tot uitdrukking te brengen. Zij zullen één zijn in het lofprijzen, in het oefenen van een heilige levenswandel en in de dienst voor de Heere. Tijdens de verkeringstijd moeten de voorwaarden voor zo’n leven al tot stand zijn gekomen. We willen daarom in de verkeringstijd weten of de soort vriendschapsband die we hebben beschreven op een natuurlijke manier, spontaan, vorm krijgt. Hiernaar zoeken we, eer er sprake kan zijn van toename en verdieping van lichamelijke liefde. Als er sprake is van lichamelijke aantrekkingskracht zonder zicht op ware vriendschap, dan dienen we onze gevoelens in bedwang te houden.

Op dit punt moet nog een andere waarschuwing worden gegeven. Het is mogelijk door dwaze acties de illusie van een echte vriendschapsband te scheppen. Het is niet wijs iemands hoofd op hol te brengen door hem of haar uitermate persoonlijke dingen toe te vertrouwen, die mogelijk die jongen of dat meisje in verlegenheid brengen. We denken hierbij niet aan seksuele zaken (hoewel die hier ook duidelijk bijhoren), maar alles wat normaal gesproken niet met iemand anders wordt gedeeld.

We moeten ons realiseren dat het hevige en diepe gevoelens kan opwekken wanneer we een ander een persoonlijk geheim onthullen waar niemand anders iets van weet, zoals een pijnlijk verdriet of een ernstige tekortkoming. Het líjkt of er een emotionele band met de ander tot stand komt. Het probleem is dat het een onechte band is. Het is geen band van wederzijds respect, maar de één kreeg toegang tot verborgen en vertrouwelijke zaken van de ander. Met het vertellen van zijn of haar persoonlijke geheimen overschreed de ‘onthuller’ een grens. Er is wel een band ontstaan door het vertellen van intieme zaken, maar omdat die niet is gefundeerd op respect is die band vals en zal die niet lang stand houden. Als we al vroeg tijdens de verkering geheimen vertellen, kunnen we ons inbeelden een sterke band te hebben, terwijl daarvan geen enkele sprake is. We hebben alleen onbewust gebruik gemaakt van een eeuwenoude techniek om emoties te manipuleren. Wij geven daarmee blijk van valse betrokkenheid op de ander. Breng daarom nooit de vorming van een vriendschap in een versnelling door diepe geheimen, problemen en gebreken aan de ander te vertellen. Dat is tijdens de zoektocht naar een oprechte band van wederzijdse genegenheid de snelste weg naar teleurstelling. Dit is een belangrijke wegwijzer bij het zoeken naar Gods leiding.

Het begin van verkering

De overeenkomst tussen Christus’ relatie met de Kerk en het huwelijk tussen mensen, geeft ons reden om te denken dat er een verkeringstijd moet zijn en werpt licht op de vraag hoe een verkering tot stand komt. Hoe zou verkering moeten beginnen? Moet een gelovige maar niets doen en wachten tot er iets gebeurt? Of moet er initiatief worden genomen door een passend persoon te benaderen?

We vragen eenvoudig: wat doet Christus om Zijn Kerk te verkrijgen? Nadat Hij Zichzelf op Golgotha aan het vloekhout heeft gegeven, ziet Hij nu voortdurend naar haar uit, en probeert haar over te halen en voor Zich te winnen door hen onvoorwaardelijk te roepen door Zijn Geest. Hij moet ons zoeken, want wij zouden Hem nooit zoeken. Als het aan ons lag, zouden we Hem nooit begeren, en nooit inzien dat we Hem nodig hebben. Maar Hij ontsluit voor ons de weg ter zaligheid, en Zijn liefde raakt ons hart aan.

Als we leren van Gods initiatief bij de zaligmaking van een mens, realiseren we ons dat een christelijk huwelijk ook met een toenadering moet beginnen. Er moet initiatief worden ontplooid. Als een ander onze aandacht trekt, en we zijn onder de indruk van bijvoorbeeld haar liefde voor Christus en een christelijk leven, dan moeten we toenadering zoeken en een gesprek aangaan. We moeten enige moeite doen om de ander beter te leren kennen. Al die tijd bidden we om Gods leiding, en vertrouwen we dat Hij de juiste Gids voor ons is.

Het is duidelijk dat we alle voorbarige gedachten aan en voorbarige hoop op liefde en huwelijk moeten verwerpen en uitbannen. Wat we zeker niet moeten doen, is gaan fantaseren over een huwelijk. Hoe kunnen we oprecht Gods leiding zoeken, als we het in het rijk van onze verbeelding allemaal al hebben uitgestippeld , en er ons in vergenoegen (ook al is het met reine gedachten)?

Het is duidelijk dat het van doorslaggevend belang is dat gemeenteleden zich volwassen opstellen en respect tonen ten aanzien van jonge alleenstaande gelovigen. Als men ze in de gaten houdt en hun gesprekken met leden van het andere geslacht afluistert of meeluistert en er dan met anderen over spreekt en speculeert, maakt dat onbevangen vriendschappelijk gedrag praktisch onmogelijk. Alleenstaande mensen moeten de vrijheid hebben met mensen om te gaan, zonder dat daaruit direct conclusies worden getrokken en geruchten de ronde doen. Alleenstaanden met serieuze bedoelingen zijn haast bang om nog met elkaar te praten, omdat ze weten dat ze voor altijd aan roddel vastzitten voor er ook maar van verkering sprake is.

Naast deze ondubbelzinnige problemen zijn er verschrikkelijke tragedies voortgekomen uit oppervlakkige, domme bemoeienis van ‘christenen’, die niets beters te doen hadden dan hun gemeente te veranderen in een studio voor geestelijke soapseries. Wanneer de predikant zulke praktijken berispt en veroordeelt, zijn jonge mensen daar ontzettend mee geholpen. Ze zullen ook blij zijn met diep respect voor privacy, om Gods leiding te kunnen zoeken en vinden. Initiatieven en benaderingen van een ander om vriendschap te testen of te beginnen, moeten niet op ‘de zaken vooruitlopen’ of op een flirtzieke manier gebeuren. Sommige jonge gelovigen vertrouwen niet meer op God en willen overhaast verkering, alsof hun leven ervan afhangt als ze niet snel aan de man of vrouw zijn. Anderen staren zich blind op het vooruitzicht van het huwelijk, op een bijna afgodische wijze. Het zal iets voor hen zijn, iets wat veel belangrijker is dan het prijzen en dienen van de Heere.

Sommige jonge gelovigen hebben ontdekt dat een aaneenschakeling van verkeringen de uitwerking van een drug kan hebben: het brengt hen in een euforische stemming. Zij zouden nooit drugs willen roken of spuiten of overspel willen plegen, maar ze kunnen niet leven zonder de hevige gevoelens van een stevige verkering, het met elkaar delen van dingen en het samen plannen maken. Zodra de ene liefdesrelatie ten einde is, zitten ze al tot over hun oren in een andere. Vrijwel direct hebben ze het over trouwen en kinderen krijgen! Aan de buitenkant lijken zulke vrienden vrome, ernstige christenen, en dat zijn ze ook. Maar constant verkering willen hebben is zondig, vleselijk en uitermate dom. Daar komt bij dat het heel pijnlijk is voor de afgedankte partners.

Ook is duidelijk dat na het uitraken van een verkering één of beide partners emotioneel kwetsbaar zullen zijn voor een volgende verkering, en blind zullen zijn voor overduidelijke tekenen dat die verkering ongeschikt is. Jaren geleden heeft men al opgemerkt dat vele mensen door een ‘terugslag-effect’ tot een onbevredigend huwelijk komen.[1] Mocht een verkering op een teleurstelling uitlopen, dan is het van wezenlijk belang dat de betrokkenen zichzelf ruimschoots de tijd geven zich te hervinden. En de Heere zal genade geven ‘om geholpen te worden’, want de gelovige moet zeker niet begeren of verlangen naar een constante ‘liefdes’-ervaring. Het gebod ‘dat een iegelijk van u zijn vat weet te bezitten in heiligmaking en eer’ heeft niet alleen betrekking op overspel en ontucht, maar ook op het beheersen van alle verlangens naar intimiteit (zie 1 Thes. 4:4). Gods zuivere normen, en Zijn soeverein recht ons in deze dingen te leiden en te regeren, mag men nooit naast zich neerleggen.

Een heel belangrijk punt, wanneer we het initiatief nemen om iemand vaker te spreken en contact met iemand te houden, is de noodzakelijkheid van een onzelfzuchtige houding. Dat zal er voor zorgen dat de gelovige niet in de valkuilen loopt die zo-even zijn genoemd. We leren dit ook van de relatie van Christus met Zijn Kerk. Toen Hij naar de aarde kwam om naar Golgotha te gaan, denken we dan dat Hij alleen maar aan Zichzelf dacht? Natuurlijk niet. Hij kwam en leed voor ons uit barmhartigheid en medelijden. Zijn werk voor de verlosten is het summum van onzelfzuchtigheid. Dit moet vanaf het allereerste begin van de verkering de houding van een gelovige zijn. Het gaat niet om wat ik graag wil, waar ik naar verlang, wat mij het gelukkigst maakt, wat mij het meest vleit, of wat mijn oog het meest streelt. Het gaat erom of de Heere aan Zijn eer komt. Het gaat erom of ik de ander eerlijk behandel, of ik de ander gelukkig maak. Egoïstische verkering is zondige verkering, totaal blind voor leiding en adviezen. Het leert niets van de ander. Het draagt geen zorg voor de ander, en uiteindelijk voelt de één ook niets voor de ander. En omdat egocentrische verkering alleen maar om mezelf gaat, mijn behoeften en gevoelens, berooft het me van elk oprecht verlangen God de eer te geven en Gods leiding te vragen.

We hebben gesproken over hoe onze aandacht bij het allereerste begin van de verkering door een ander getrokken kan worden. Maar voor een gezond en realistisch verloop hiervan is het belangrijk dat we niet door verkeerde motieven gedreven worden, zoals een onbeteugelde ‘gulzigheid’ naar liefde en huwelijk.

Er zijn ook andere verkeerde motieven waarvoor men op zijn hoede moet zijn. Veel jonge mensen willen zo wanhopig graag het huis uit, dat vroege verkering met daarop volgend snel een huwelijk een aantrekkelijke gedachte is. Anderen zitten hardnekkig aan iemand vast, alleen vanwege het feit dat de ander door zijn of haar ouders wordt afgekeurd. Dat gebeurt vaak tijdens een periode van opstandigheid. Misschien heeft er in hun houding ook een element van ‘revanche’ meegespeeld.

Sommige jonge gelovigen voelen zich ongemakkelijk en maken zich erge zorgen omdat ze als enigen van hun leeftijdsgenoten nog ongetrouwd zijn. Voor hen is de noodzaak om te trouwen belangrijker dan de leiding van de Heere. Het is uitermate belangrijk er zeker van te zijn dat we niet door zulke krachtige invloeden worden gedreven, die natuurlijke aantrekkingskracht vervalsen en betrouwbare leiding terzijde schuiven.

Vertrouwen we er echt op dat de Heere alles regeert en leidt? De natuurlijke verlangens van het hart mogen dan wel directe bevrediging zoeken, maar dit is voor ons als christen een van de eerste beproevingen. Hoe moeten we omgaan met ons verlangen naar liefde? Overheerst het ons denken en bepaalt het ons doen en laten? Of leggen we deze gedachten aan banden, in gehoorzaamheid aan onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus? (2 Kor. 10:5).

Hoe geeft de Heere leiding aan verkering?

We gaan van de analogie van Christus en de Kerk naar de geschiedenis van Izak, wanneer er een vrouw voor hem wordt gezocht (Genesis 24). Daar komen we een aantal principes en lessen tegen die op verkering en huwelijk van toepassing zijn. Zeker, de schrijver vertelt over de zeer bijzondere wijze waarop God een bruid voorbestemde voor een bijzonder persoon. Izak was bijzonder, omdat uit zijn geslacht in de toekomst de Zaligmaker zou geboren worden. Omdat de manier waarop Izak en Rebekka samengebracht werden uniek was, vertelt deze geschiedenis ons niet precies hoe we vandaag de dag met deze dingen om moeten gaan. Niettemin is de onveranderlijke God de Auteur van deze geschiedenis, en we zien in de wijze waarop bruid en bruidegom werden verenigd duidelijk een aantal gezaghebbende principes.

Na de dood van zijn vrouw Sara werd Abraham door de Heere aangezet zijn oudste dienstknecht, die al zijn eigendommen beheerde, op pad te sturen om voor Izak een vrouw te verwerven. Abraham stuurde hem naar Mesopotamië, 450 mijl verderop, waar hij andere familieleden van Abraham aan zou treffen. Al was Kanaän het beloofde land, toch was het in die tijd een land waar de afgoden gediend werden. Van een huwelijk met een vrouw uit dat land kon geen sprake zijn. Abrahams gezin was een beeld van de Kerk in de wereld, en dat besefte hij. God had hem gezegd dat de gebeurtenissen binnen zijn gezin invloed zouden hebben op gebeurtenissen in de verre toekomst. De Zaligmaker zei later: “Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest”.

De boodschap is helder: gelovigen moeten trouwen binnen Gods huisgezin, en niet met mensen uit de wereld om ons heen. (Dit wordt ons ook heel duidelijk geleerd in 2 Kor. 6: 14-16, en ook in 1 Kor. 7: 39, waar Paulus zegt ‘alleenlijk in den Heere’.)

1. De persoon die God bedoelt

Het vreemde in dit verhaal is de passieve houding van Izak gedurende deze gebeurtenissen. De dienstknecht vindt zijn toekomstige vrouw, neemt het initiatief, doet een aanzoek en brengt haar naar huis. Izak lijkt in zijn tent te zitten, terwijl zijn vrouw gewoon naar hem toe komt. Hoe dan ook, deze gang van zaken vertelt ons duidelijk dat Izaks vrouw niet wordt uitgekozen op basis van zijn eigen passie of voorkeur. Zijn vrouw zal voor hem worden uitgezocht, en het is duidelijk dat God dat doet. God zal toezicht houden op de loop der gebeurtenissen, en niemand zal ooit kunnen zeggen dat Izak tussenbeide kwam, of dingen naar zijn hand zette.

De Heere had tegen Abraham gezegd dat de engel voor het aangezicht van zijn dienstknecht zou uitgaan en hem naar de goede plaats zou leiden, en naar de juiste persoon.

Als we de Heere toebehoren, moeten we de man of vrouw zoeken die Hij heeft voorbestemd. We geloven dat hij een plan met ons heeft en dat Hij ons zal leiden. Zoals we in het eerste hoofdstuk[2] zagen, komen sommige evangelische leraren met een nieuwe, half verstandelijke benadering van leiding, die er vanuit gaat dat we de vrijheid hebben zelf beslissingen te nemen over zulke belangrijke onderwerpen. God heeft geen speciale partner of baan of wat dan ook voor ons voorbestemd, zeggen ze. Hij heeft ons een verstand én Bijbelse principes gegeven, en Hij laat ons vrij om zelf tot goede keuzes te komen.

Niet alleen de levensgezellin van Izak kwam van de Heere, het geldt voor alle gelovigen, en daarom zoeken wij Zijn leiding en regering. Maar wat als ik overijld trouw met de eerste de beste gelovige die positief reageerde? Handel ik dan niet naar Gods wil? Zal ik dan geen voorbestemde partner hebben uit de hand van God, Die toch alle dingen voorbestemt? Het is toch zeker zo dat wát ik ook doe Zijn wil is?

Als ik zo redeneer, kan ik ook zondigen als het me uitkomt, en dan zeggen dat God mijn verdorvenheid heeft voorbestemd. Zeker, Gods wil zal geschieden, of ik nu Zijn leiding over mijn huwelijk wel of niet zoek. Maar wat is Zijn wil voor mij? Als ik nalaat Hem de eer te geven in het zoeken naar leiding, zou het Zijn wil kunnen zijn me in de armen van een andere christen, die zich op dezelfde manier opstelt, te laten vallen. Dan kom ik in een huwelijk terecht dat veel pijnlijke aanpassingen vergt, zodat we allebei in zekere mate gekastijd worden ter genezing van onze ongehoorzaamheid aan God.

Dit zijn fundamentele zaken waar we niet licht over moeten denken. Gelovigen moeten eerbied hebben voor het feit dat God op soevereine wijze mensen bij elkaar brengt; dat is Gods recht. Zij moeten gewetensvol in zulke belangrijke dingen van het leven Zijn leiding zoeken. De dienstknecht van Abraham gedroeg zich niet als iemand die zijn opdracht naar eigen oordeel moest uitvoeren. Hij was er duidelijk van doordrongen dat het niet zijn verantwoordelijkheid was te kiezen, maar om de leiding van Gods Engel te herkennen. Hij zegt zelfs ‘… diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt …’. Wij staan ook in zulke zaken niet alleen. De Heere zal alles besturen als wij de Bijbelse principes van leiding toepassen.

2. Niet door middel van koppelen

De dienstknecht van Abraham was zeker geen koppelaar. Hij was niet bevoegd een huwelijk te arrangeren. Hij moest onder bijzondere leiding van de Engel des Heeren de vrouw van Gods keuze vinden. Voor sommige gelovigen is koppelen een vorm van tijdverdrijf. Negatief gesteld vermaken zij zich met het arrangeren van verkeringen, in positieve zin beelden ze zich in dat ze anderen op weg helpen naar geluk. Bij beide manieren vermaken ze zich met dingen waar ze geen verstand van hebben, want ze zitten op een dwaalspoor en houden zich niet aan de goede volgorde: het is een zaak van de Heere om twee mensen voor een huwelijk bijeen te brengen, en niet een zaak van ons. Het zich bemoeien met andermans leven wordt in 2 Thes. 3 omschreven als ongeregeld wandelen. Paulus zegt dat ze als ‘bemoeials’ ijdele dingen doen; bemoeizieke mensen zijn het, die de zaken van de mensen om hen heen willen regelen. Heel beeldend wordt in 1 Petrus 4: 15 elke vorm van dominant en manipulatief gedrag beschreven (met koppelen als belangrijkste voorbeeld).

Petrus zegt: “Doch dat niemand van u lijde als … een die zich met eens anderen doen bemoeit”. Het nieuwtestamentische Grieks gebruikt hier een term voor ‘een opziener over andermans leven’. Een koppelaar is zo iemand, een zelfbenoemde opziener over andermans zaken. En koppelaar of koppelaarster steelt op een arrogante manier het recht van anderen om Gods leiding te zoeken.

Daarom zouden alleenstaande gelovigen zich bewust niet moeten laten manipuleren door mensen die zich overgeven aan het maken van schoonschijnende plannen om mensen te koppelen. Als ze vermoeden dat ze worden uitgenodigd in een situatie waarin ze geconfronteerd zullen worden met een niet door hen gezochte aanwezigheid van een begeerlijke man of vrouw, moeten ze zo wijs zijn de afspraak af te zeggen, en heel erg op hun hoede zijn voor die gastheer of gastvrouw.

3. Niet door middel van list en bedrog

Toen de dienstknecht van Abraham op weg ging, nam hij tien kamelen van zijn meester, die hij belaadde met waardevolle geschenken voor de vrouw van Gods keuze. In de eerste plaats waren deze geschenken een teken van welvaart en waarborg van de familie van Izak. Ze zouden dat wat de dienstknecht over zijn meester en diens zoon vertelde enorm bekrachtigen. Ze waren natuurlijk niet bedoeld om bij Rebakka een begeerte naar juwelen aan te wakkeren, of om haar liefde te kopen. Ze gaven uitdrukking aan de goede bedoelingen van Izak, en ze lieten zijn rijkdom zien.

Dit geeft een belangrijk aspect van verkering weer. We schreven hierboven dat we niet al te vertrouwelijk moeten worden over heel persoonlijke zaken, maar we moeten ons wel eerlijk en oprecht opstellen. Wanneer gelovigen toegeven aan de verleiding voor een deel toneel te spelen, en daarmee een persoonlijkheid laten zien die niet echt de hunne is, en overdrijven over hun prestaties en vaardigheden, dan liegen ze gewoon. God wordt gegriefd en de ander wordt misleid. De benadering van Izak door zijn dienstknecht diende er voor alleen dingen te laten horen die geverifieerd konden worden. Izaks geschenken zeiden ook metterdaad: “Als je komt, dan is alles wat van mij is, van ons. Ik zal me aan mijn belofte houden.” Het was een teken en bevestiging van zijn eerbare bedoelingen.

Deze geschenken kunnen staan voor vriendelijkheid, hulpvaardigheid, enzovoort. Ze geven aan wat voor mens we altijd zouden willen zijn, als de Heere de relatie verder leidt.

Verkeringstijd is een periode van verdieping van de liefde, maar in de allereerste plaats is het een tijd om ons er van te vergewissen of het de juiste partner is. De eerlijkheid gebiedt dat we elkaar een juist beeld geven van wie we werkelijk zijn, en dat we er alles aan zullen doen deze goede wil en genegenheid hoog te houden als we eenmaal getrouwd zijn.

De beroemde romanschrijver Daniel Defoe bedacht een plot, waarin twee elkaar onbekende, gewiekste mensen van bescheiden komaf deden alsof ze heel rijk waren om een partner van goeden huize aan de haak te slaan. Toen ze elkaar met list en bedrog het jawoord hadden gegeven, kwamen ze daarna achter de waarheid. We kunnen ons afvragen hoeveel christelijke stellen over hun prestaties en bekwaamheden hebben gelogen, en onterecht vriendelijkheid hebben geveinsd. En toen ze getrouwd waren moesten ze de werkelijkheid onder ogen zien! Hoe we ons in onze verkeringstijd opstellen, moet oprecht zijn en onze bedoelingen voor de toekomst weergeven.

We moeten zeker geen geraffineerde, doortrapte strategieën van de wereld overnemen. Schrijver dezes herinnert zich zijn verbazing, toen hij jaren geleden een groep gelovigen aan één van hen adviezen hoorde geven om verkering te krijgen. Maar de raad die ze gaven, soms humoristisch maar meestal heel serieus, zou zo uit de wereld hebben kunnen komen. Alle veroveringsstrategieën werden uitentreuren besproken, tegelijk met vele andere bruikbare tactieken.

De algemene filosofie leek te zijn dat verkering net zoiets is als vissen. Je ‘vangt’ je vis, en daarna geniet je ervan. Je slaat je toekomstige man of vrouw aan de haak en dan bouw je daarna, uitgaande van de overweldigende impact van je ingebeelde eigenschappen, een schitterende relatie op. De werkelijkheid gebiedt echter dat oprechtheid de grondslag moet zijn om zeker te kunnen zijn van een succesvol resultaat. Eerlijkheid is de enige betrouwbare gedragslijn.

4. Door middel van oprecht gebed

Abrahams dienstknecht kwam, geleid door de Engel van God, tijdens de vroege avond in de stad van Nahor en liet zijn kamelen bij de bron neerknielen. Het was de tijd dat vrouwen naar de bron kwamen om water te putten. De knecht bad heel in het bijzonder of de Heere de vrouw die voor Izak bedoeld was wilde laten komen, en haar door een zeker teken wilde aanwijzen. De knecht vroeg de Heere of Hij de juiste vrouw die hij om water vroeg op een speciale manier wilde laten antwoorden. Ze moest zeggen: “Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken”. Ze moest als het ware een ‘wachtwoord’ geven.

Er wordt hier niet gesuggereerd dat wij op dezelfde manier moeten bidden als de dienstknecht. Daarom staat het niet in de Bijbel. De knecht stond onder bijzondere leiding van God. Wij bidden niet om tekenen, omdat we in de tijd van het Nieuwe Testament onze eigen manier van leiding, speciaal voor christenen, gekregen hebben. Helaas maken sommige gelovigen de fout om een teken te vragen, maar in het Nieuwe Testament wordt daar geen voorbeeld van gegeven. We zijn er zeker van dat de Heere zowel onze overleggingen als onze omstandigheden regeert in antwoord op ons gebed, opdat we weten welke weg we moeten gaan.

Het gebed van de dienstknecht herinnert ons er alleen aan dat we bij het zoeken naar een levensgezel om Gods leiding moeten bidden. Bidden we er de Heere oprecht en met een nederig hart om?

Het kan zijn dat we er veel om bidden als we niemand in het bijzonder op het oog hebben, maar dat we minder gaan bidden zodra we een aantrekkelijke man of vrouw tegenkomen. Misschien willen we heel graag die man of vrouw hebben. Waarom zouden we dan nog bidden? Als we bidden om Gods leiding, zou Hij die deur wel eens in het slot kunnen werpen. Het is wellicht beter dan niet om leiding te bidden, maar om een goed verloop van de relatie. Sommige christenen geven toe dat ze in die valkuil gelopen te zijn.

Zelf je eigen weg bepalen krijgt zo gemakkelijk de overhand. We vragen de Heere om ‘leiding’, maar met ‘leiding’ bedoelen we eigenlijk ‘goedkeuring en een goed verloop’. Hoe vaak gebeurt het niet dat de ene oprecht gelovige de andere intimideert door te zeggen (op een toon van: ‘hoe durf je me tegen te spreken’): “Ik heb erover gebeden, en ik heb vrede gevonden!” Laten we die geest van zelfbeschikking bedwingen en ons voor de Heere vernederen, terwijl we echt openstaan voor Zijn leiding.

5. Door middel van het tonen van een goed karakter

Kan er iets geleerd worden van het sóórt teken waar de dienstknecht om had gevraagd? Het is interessant dat hij niet gevraagd heeft of de vrouw er verblindend mooi uit zou zien, of opvallend gracieus in haar bewegingen zou zijn. Ook vroeg hij niet om een klein, onbeduidend signaal, zoals een bepaalde beweging van haar armen of hoofd. Hij vroeg om een aanwijzing die een vriendelijk hart en een bereidwillig karakter zou tonen. Hij vroeg om niet veel voorkomende welgemanierdheid. Hij vroeg om een karaktertrek als teken, en dat is onze les.

Een geestelijk hart is beter dan een overvloed uitzonderlijke talenten. Warme en godvrezende harten zijn bij zowel mannen als vrouwen het beste. Als we zo gelukkig zijn te kunnen kiezen tussen iemand met veel talenten maar zonder innige, oprechte vreze Gods en iemand die veel minder gaven maar wel een godvrezend hart heeft, kies dan de laatste! Twee mensen met een toegewijd, godvrezend hart zullen veel meer voor de Heere tot stand kunnen brengen, en ze reizen veel sneller over de wegen van de Koning.

In de geschiedenis beschreven in Genesis 24 lezen we dat de dienstknecht nog niet klaar was met bidden, toen het antwoord al werd gegeven. We mogen hieruit niet opmaken dat de Heere ons een partner geeft zodra we er om bidden. Toch leren we dat we, zelfs terwijl we bidden, er zeker van mogen zijn dat God onze toekomst regeert en bestuurt. Die is in Zijn handen en we mogen Hem vertrouwen. Het kan zijn dat Hij ons Zijn doel niet zo snel laat zien als we wel prettig zouden vinden, maar we hebben geen enkele reden tot ongerustheid en angst.

Bij de dienstknecht kwam Rebekka onmiddellijk, en hij liep snel op haar af om haar te ontmoeten en haar de beslissende vraag om water te stellen. Direct gaf ze hem water, en nam zoals gehoopt ook de zorg voor zijn kamelen op zich. Ondanks haar hoge status binnen een familie met dienstvolk, toonde ze haar nederigheid, was ze bereid om te dienen, bereid om hard te werken, en aarzelde niet vriendelijk te zijn.

6. Door middel van verkeringstijd

Geen wonder dat we lezen: “En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende …”. Het gevraagde teken werd zo duidelijk gegeven dat het hem verontrustte. Was dit echt de vrouw die de Heere voor zijn meester Izak had voorbestemd?

Geheel doordrongen van het belang van deze zending, hield hij zijn tong in bedwang en keek toe, terwijl hij langere tijd wachtte om Rebekka te vragen wie zij was.

Het is vanaf de eerste ontmoeting en verkeringstijd van doorslaggevend belang dat we ons weten te bedwingen. Hoe kunnen we bidden om leiding, en overhaast aan een levenslange relatie beginnen? Hoe ernstig nemen we het feit dat Gods wil volvoerd zal worden?

Het zou tussen twee gelovigen niet moeten voorkomen dat ze binnen een paar dagen én elkaar tegenkomen, én een aanzoek doen én dat aanvaarden. God is genadig, en Hij kan de grootste dwaasheid door Zijn macht te niet doen. Extreem snel gesloten huwelijken die slecht bij elkaar passende gelovigen samenbrengen, kunnen door de Heere nog op wonderlijke wijze geheiligd en gezegend worden. Niets is te moeilijk voor Hem. Maar het is onze plicht stil te zijn en te bidden. Ooit baden we:

Neem mij en ik zal zijn
Altijd, alleen en geheel voor U.

Hoe kunnen we dan onszelf ineens aan een ander geven als we ons leven al aan Christus hebben gegeven? Wij zijn ‘duur gekocht’ en moeten daarom God de eer en heerlijkheid geven met lichaam en geest, want die zijn allebei Gods eigendom (1 Kor. 6: 19-20).

Ook al lijkt alles volmaakt, en zo was het ook voor de dienstknecht van Abraham, toch houden we ons stil, doen geen voorbarige beloften, maken pas op de plaats en zoeken de bevestiging van de leiding des Heeren. Maar voor hoe lang? Ervaring is de beste leermeester. Hoe lang duurt het om er zeker van te zijn dat de Heere ons een stabiele evenknie heeft gegeven, en dat we de juiste levensgezel voor elkaar zijn? Hoe lang duurt het voor we vanbinnen rustgevende zekerheid ervaren, en duidelijke leiding mogen zien in de omstandigheden buiten ons? Hoeveel tijd hebben we er voor nodig om het beste in de ander te weten te komen (en misschien ook het slechtste), om er zeker van te zijn dat we de Heere ongehinderd kunnen dienen, en elkaar lief kunnen hebben en kunnen vormen in de lange jaren die voor ons liggen?

Een algemeen antwoord: hoe jonger, hoe langer. Voor de meer volwassen mensen is een minimum verkeringstijd van zes maanden verstandig, voor men aan de voorbereidingen van een huwelijk begint. Voor jongere mensen zou het een jaar kunnen zijn, maar langer is beter.

Het is belangrijk op te merken dat een stel niet altijd voor het huwelijk klaar is in de zin van het vinden van een woonplaats, of een vast inkomen. Als mensen ongeacht hun omstandigheden trouwen, vraagt men zich af of zij Gods leiding van omstandigheden erkennen. Als ze elke belemmering glashard negeren, hoe zullen ze dan ooit te weten komen of de Heere deuren opent of sluit?

7. Het geestelijke op de eerste plaats

Tot nu toe bekijken we een aantal richtlijnen voor leiding wat betreft het zoeken naar een levensgezel. We moeten ons van de ernst van de zaak bewust zijn, en doordrongen zijn van onze verantwoordelijkheid om de leiding van de Heere na te speuren. We moeten veel bidden, en dan wel oprecht, niet als we zelf al een beslissing hebben genomen en onze koers vastbesloten hebben uitgestippeld. Wij moeten niet overhaast te werk gaan. We moeten niet afgaan op een verhoogde hartslag en hormonen en die alles laten bepalen. Dan zijn we niet meer in staat de andere tekenen van leiding op te merken.

Het is duidelijk dat we voorzichtig moeten zijn met ál te intieme uitingen van liefde, totdat het heel duidelijk is dat de Heere deze verkering wil. Als we dat niet doen, gooien we alle gezond verstand overboord.

We moeten veel meer waarde hechten aan godvrezendheid dan aan bijvoorbeeld lichamelijke aantrekkelijkheid, talenten en aardse vooruitzichten. We moeten zien dat zich een band van echte vriendschap vormt, die niet gegrond is op emotionele manipulatie of ‘doen alsof’. Die band is gebaseerd op het bij elkaar zien van daden die karakter tonen. We moeten hier nu nog een aspect aan toevoegen. We moeten zoeken naar vurige liefde om geestelijke zaken voorrang te geven.

Toen de dienstknecht van Abraham bij het huis van Rebekka aankwam, werd er een maaltijd voor hem neergezet, maar hij zei: ”Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij (de gastheer) zeide: spreek”.

Hoewel in dit gedeelte van de geschiedenis Izak noch Rebekka direct betrokken zijn, benadrukt het wel een aspect van een godvrezende houding die van doorslaggevend belang is bij de ‘zoektocht’ naar een vrouw. De edelmoedige dienstknecht was niet allereerst geïnteresseerd in comfort en lekker eten. Hij vertelde ook niet urenlang boeiende verhalen over deze twee verschillende takken van familie, met al hun hoogte- en dieptepunten. Zijn belangrijkste opdracht was het werk van de Heere. In de eerste plaats overdacht hij de opmerkelijke leiding en besturing van de Heere, die hem naar deze plaats had gebracht, en de voltooiing van zijn bijzondere opdracht.

Waar we bij een levensgezel het meest naar moeten verlangen, is of de Heere bij hem of haar de eerste plaats inneemt. Die partner zal steeds weer over geestelijke zaken willen spreken, en die willen onderzoeken. Iedere gelovige mag ook andere interesses hebben, maar de zaak van de Heere moet op de allerhoogste plaats staan. Gesprekken over het dienen van de Heere behoren het meest voor te komen.

Als we door iemand worden aangetrokken die alleen maar wil lachen en grappen maken, alleen maar over aardse dingen wil spreken, moeten we onze emoties zien te bedwingen en ermee stoppen. Bid voor die andere gelovige. Misschien mag hij of zij door Gods goedheid veranderen. Maar zeg niet op een of andere manier tegen die ander: “Als je verandert, zal ik de jouwe worden”. Er van uit gaande dat die ander jou respecteert en je graag wil hebben, zou hij of zij kunnen veranderen. Wacht tot zo’n verandering uit vrije wil tot stand komt en oprecht, totaal en blijvend is. We moeten ons altijd afvragen: “Hoe Bijbels zijn de prioriteiten in mijn leven? En op welk gebied liggen de prioriteiten van hem of haar?”

8. Door betrokkenen te raadplegen

De dienstknecht van Abraham begon weldra openlijk over zijn meester te spreken, en hoe de Heere met hem had gehandeld. Hij sprak open en eerlijk. Hij vertelde precies wat zijn opdracht was, hoe hij had gebeden en hoe Rebekka gekomen was en precies zo met hem gesproken had volgens het verlangde teken. Hij vertelde hoe hij de Heere geloofd en geprezen had “… Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter van de broeder van mijn heer voor zijn zoon te nemen”. Nu was het moment gekomen waarop de familie om hun toestemming werd gevraagd. Zelfs al komt de leiding van de Heere in de eerste plaats, ook anderen moeten worden geraadpleegd. Verder moet een huwelijk een zaak van vrije wil en vrije keuze zijn.

We moeten aannemen dat de familie het aan Rebekka zelf heeft gevraagd. Ze kreeg vast en zeker de gelegenheid om het na een bedenktijd aan te nemen of te verwerpen. We moeten de gedachte aan een gearrangeerd huwelijk uit ons hoofd zetten, als zouden de twee families haar hun wil opleggen. Ze vroegen haar heel uitdrukkelijk: “Zult gij met dezen man trekken?” En ze antwoordde: “Ik zal trekken”.

Beide partijen moeten echt in alle opzichten met elkaar de toekomst tegemoet willen gaan. Ze moeten allebei willen luisteren naar adviezen van hun familie, in het bijzonder van hun geestelijke familie. Maar geen ouder of ouderling zal koste wat kost de beslissing van twee mensen om te trouwen tegenhouden, of er moet in dat geval een heel duidelijk Schriftuurlijk veto nodig zijn. We mogen waarschuwen, in sommige gevallen zelfs smeken, maar we hebben geen gezag het te verbieden als het alleen een zaak van menselijk oordeel is.

Zelfs ten tijde van de oude cultuur van Nahor maakte de familie geen aanspraak op een of ander vorm van vetorecht. “Van den HEERE is deze zaak voortgekomen;…”, zeiden ze, “wij kunnen kwaad noch goed tegen u spreken”. En later zeiden ze: “Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen”.

9. Door middel van loven en prijzen

Door de hele geschiedenis heen, van het zoeken naar Rebekka tot het aanzoek, lezen we verwijzingen naar de lofprijzingen van de dienstknecht. Hij bidt als hij vertrekt. Hij looft en prijst God als Rebekka zegt hoe ze heet en uit welke familie ze komt. Als het lichamelijke centraal zou staan, zou dat zonder twijfel de aandacht van lofprijzing afleiden. Het paar kan dan lichamelijk zo verzot op elkaar zijn, dat van aandacht voor geestelijke zaken vrijwel niets meer komt. Ze kunnen traag in dienstvaardigheid worden, en minder om anderen gaan geven en bidden. Mensen die zo’n stel liefhebben en om hen geven, mogen God dan ook niet dankbaar zijn. Zo’n verkering brengt het stel helemaal van de kook. Ze moeten zich zorgen maken over hoe dat nu verder moet. Ze moeten zelfs bidden of de Heere tussenbeide wil komen!

Het is heel positief als de voortgang van een verkering de liefde voor de dienst van God bevordert en verdiept, als er bij alle betrokkenen dankbaarheid jegens Hem is.

10. Door middel van voorbereiding op de nieuwe rol

In het geval van Rebekka gaf de dienstknecht, toen alles was beslist, vele andere geschenken van zilver en goud, en ook kleding voor Rebekka en haar familie. Het waren schitterende geschenken die in de cultuur van het oude Oosten heel veel betekenden. Voor Rebekka betekenden ze: ‘Ik geef me aan jou. Ik zal je hoogachten’. Tijdens de verkering moeten we ons afvragen: heb ik echt respect voor de ander? Is dit een verkering waarin twee mensen hun eigen zin willen doen? Domineert de één de ander, en maakt hij of zij daar misbruik van?

De woorden “Ik neem u” tijdens de trouwdienst worden door sommige mensen te letterlijk genomen, zelfs door gelovigen. Ik neem je als mijn bezit, mijn roerend goed. Ik neem je om mij genegenheid te geven, en steun voor mijn plannen. Ik neem je als mijn lijfeigene. Ik neem je voor alles wat ik nodig mocht hebben. Ik neem je als mijn kok en huishoudster. In tegenstelling hiermee symboliseren de geschenken van de dienstknecht het zich geven van de ene mens aan de andere. Ze drukken respect uit. Ze onderstrepen waardigheid.

Ze zijn een belofte van voorkomendheid. Ze drukken volkomen loyaliteit uit. Als deze houding binnen de verkering in beide harten is verankerd, is er een sterke aanwijzing dat door de Heere de juiste relatie wordt gevormd.

Zijn we klaar voor het huwelijk? In Efeze 5 geeft Paulus regels en aanwijzingen van plichten die van wezenlijk belang zijn voor het huwelijk. We moeten ons afvragen of we voorbereid zijn om aan deze plichten te voldoen. De apostel zegt bijvoorbeeld: “Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere … in alles”. Tegen de echtgenoten zegt hij: “Hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelf voor haar heeft overgegeven”. Is men ervan overtuigd dat God voor man en vrouw een onderscheiden rol binnen het huwelijk bevolen heeft? Heeft de man de wil zichzelf te geven (en zelfs op te offeren) om zorg te dragen vóór en alles te delen mét zijn toekomstige vrouw? Zal zij haar nieuwe roeping erkennen en aanvaarden?

Samen voor het leven

De bruidsstoet ondernam de 450 mijl lange terugreis naar het huisgezin van Abraham. De beroemde vertolking van de Authorised Version[3] heeft een unieke bekoring. ‘En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!” Hij was aan het bidden toen zijn bruid verscheen. Hij was niet iemand die paniekerig over de toekomst deed; hij was geen ‘kleingelovige’. Hij was niet wanhopig op zoek naar een vrouw. Zijn gedachten werden er zelfs niet door beheerst. Hij was aan het bidden. En hij had haar lief en het verbond werd gesloten. Hij was veertig toen hij zijn ideale levensgezellin had gekregen. De leiding van de Heere was volmaakt, zoals altijd.

----------------------------

Toelichting bij dit artikel

Dit artikel is hoofdstuk 4 uit het boek “Steps for guidance” van dr. Peter Masters. Masters is predikant van de Metropolitan Tabernacle in Londen. Dat is dezelfde kerk en gemeente waar ruim honderd jaar geleden de bekende ‘prins der predikers’ C.H. Spurgeon predikant was. Toen Masters zo’n dertig jaar geleden predikant werd in deze gemeente, was de gemeente die ooit zesduizend leden had gekend, geslonken tot een handjevol mensen. Momenteel is de gemeente weer een bloeiende gemeente die voortdurend groeit. Masters is een bekwaam theoloog die enkele tientallen boeken en brochures op zijn naam heeft staan. Zie www.metropolitantabernacle.org. Hij is baptist en staat in de reformatorische traditie. Zijn boeken gaan over uiteenlopende onderwerpen: geloofsgroei, Gods leiding, muziek in de eredienst, gebedsbijeenkomsten, charismatische gaven, bijbeluitleg, enz. Twee boeken van hem zijn onlangs in het Nederlands vertaald. “Een boek als geen ander” gaat over goede en verkeerde principes van bijbeluitleg. “Beproefd als goud” is een boek over geloof, aanvechting en zekerheid. Het boek waar dit artikel uitkomt, is helaas niet vertaald in het Nederlands. Het is een boek over Gods leiding op verschillende terreinen van ons leven.

Terug naar overzicht